• Achtergrond van de STiP-5.1

Achtergrond van de STiP-5.1

Het STiP-5.1 interview sluit aan bij Criterium A van het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen. Dat model werd in Sectie III van DSM-5 ingevoerd als een hybride model voor de classificatie van persoonlijkheidsstoornissen. Aan de kern van dit model liggen Criteria A en B. Criterium A stelt dat aan de kern van een persoonlijkheidsstoornissen matige of meer ernstige beperkingen in persoonlijkheidsfunctioneren liggen. Het model gaat uit van één dimensie van ernst van persoonlijkheidspathologie die zich uitdrukt in beperkingen in zelf- en interpersoonlijk functioneren.

Met zelf-functioneren wordt verwezen naar de elementen van Identiteit en Empathie, terwijl Interpersoonlijk functioneren verwijst naar de elementen van Empathie en Intimiteit. Elk van deze vier elementen vertaalt zich in drie facetten.

  • Identiteit verwijst naar een gevoel van eigenheid en begrenzing van anderen, een stabiel gevoel van eigenwaarde en het vermogen om een brede reeks van emoties te reguleren. 
  • Zelfsturing verwijst naar het vermogen om coherente doelen systematisch na te streven, om zich te gedragen volgens persoonlijke en maatschappelijke waarden en normen en om op zichzelf en het eigen gedrag te reflecteren. 
  • Empathie verwijst naar het vermogen om de gevoelswereld en gedachtengang van anderen te begrijpen, om uiteenlopende perspectieven te verdragen en om het effect van het eigen gedrag op anderen te begrijpen. 
  • Intimiteit tenslotte verwijst naar het vermogen om zich te verbinden met anderen in positieve en stabiele relaties, om zich veilig te voelen in emotioneel nabije relaties en om respectvol te kunnen samenwerken met anderen. 

Deze twaalf facetten samen vormen bouwstenen voor een gezonde en veerkrachtige persoonlijkheid. Persoonlijkheidsproblematiek betekent dat deze 12 capaciteiten beperkingen of verstoringen vertonen, wat doorgaans aan de basis ligt van een verminderd vermogen om zich flexibel aan te passen. Vaak leidt dat tot minder aangepaste en meer extreme persoonlijkheidstrekken. Dit is Criterium B: de aanwezigheid van één of meer maladaptieve trekken, die vaak de uiting ziijn van beperkingen in persoonlijkheidsfunctioneren.

Met het interview kunnen de 12 facetten die onderscheiden worden in de ‘Niveau van Persoonlijkheidsfunctioneren Schaal’ worden bevraagd. De ernst van de beperkingen kan worden ingeschat aan de hand van deze schaal.


Nieuws

>